Je bent hier:

LGBTQIA+

What’s in a name?

LGBTIQA+ is de Engelse verzamelterm om de diversiteit aan gender, seksuele & romantische oriëntaties te benoemen. De afkorting staat voor lesbisch, homoseksueel, biseksueel, transgender, queer, intersekse & aseksualiteit. Even alles op een rijtje:

  • Lesbisch: vrouwen die op vrouwen vallen
  • Homoseksualiteit: mannen die op mannen vallen
  • Biseksualiteit: personen die zowel op mannen als vrouwen vallen
  • Trans: personen die transgender of transseksueel zijn
  • Queer: Queer is een overkoepelend begrip voor onder andere homoseksuele, biseksuele, panseksuele, transgender, intersekse en non-binaire/genderqueer mensen. De term wordt meestal gebruikt om uit te leggen dat iemand zich niet thuisvoelt binnen de hetero- en gendernormen. 
  • Intersekse: personen die geboren zijn met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken, hormonen of genen
  • Aseksualiteit: personen die weinig tot geen seksuele aantrekking voelen.
  • Aromantisch: Iemand die aromantisch of 'aro' is, voelt niet of zelden romantische aantrekking. Ze krijgen zelden vlinders in hun buik, ze worden niet (vaak) verliefd. 
  • +: Alle andere seksuele en romantische oriëntaties, gender en geslachten die niet onder de andere letter vallen.

Wat kan je doen? 

  • Geef met de leiding het goede voorbeeld. Spreek je leden erop aan als ze ongepaste opmerkingen maken. Noem hen geen seksist of homofoob, maar leg uit waarom dat taalgebruik kwetsend is.
  • Toon solidariteit. Worden er foute opmerkingen gemaakt? Laat weten aan die leden dat jij dat ook fout en grof vindt.
  • Durf te vragen! Zijn er frustraties of slechte ervaringen? Angst? Door vragen te stellen, moet die persoon nadenken over de boodschap.
  • Als leiding ben je een vertrouwenspersoon. Zorg ervoor dat iedereen mag zijn wie hij/zij/die wil. Steun je leden, geef hen een luisterend oor. Laat waardeoordelen achterwege.