Je bent hier:

WAT IS ASS? 

ASS staat voor Autisme Spectrum Stoornis. Net zoals tussen jou en mij, vinden we heel wat verschillen terug tussen kinderen met autisme. Het woord ‘spectrum’ betekent eigenlijk ook diversiteit of veel variëteit. Er bestaan verschillende vormen van ASS waardoor het moeilijk te beschrijven is wat autisme nu juist is.  

ASS is een ontwikkelingsstoornis met een neurologische oorzaak. De hersenen van een persoon met autisme werken op een andere manier dan verwacht wordt van de omgeving. Ze begrijpen de wereld op een andere manier dan waarop de meeste mensen die zien. Een brein selecteert automatisch wat belangrijk is uit alle prikkels. We nemen een heleboel details niet bewust waar, omdat ze in een bepaalde context onbelangrijk zijn. Mensen met autisme missen die volautomatische filter. Ze selecteren te veel, te weinig of de verkeerde prikkels, waardoor ze andere informatie overhouden. Over het algemeen vinden kinderen met ASS het moeilijk om te begrijpen wat van hen verwacht wordt. Non-verbale communicatie opmerken bij anderen is moeilijk. Sociaal contact of een hechte vriendschap sluiten kan daarom minder vlot verlopen.  

Ben jij ook een structuurlover? 

Sommige personen zijn chaotisch, anderen verkiezen structuur en regelmaat. Dit heeft niet altijd iets met ASS te maken. Onderstaande tips maken het makkelijker voor al je leden. Zo kan het bieden van wat extra uitleg of structuur ook andere kinderen/jongeren een vertrouwd of rustig gevoel geven. 

WAT KAN JE DOEN? 

Stap voor stap … en GO!  

Splits de uitleg op in verschillende stappen en verspreid die indien nodig over verschillende momenten. Dit hoeft niet individueel. Maar voor kinderen met autisme is het soms moeilijk om de uitleg in één keer te verwerken. 

Vermijd spreektaal of zegswijzen. 

Gebruik niet te veel spreektaal of zegswijzen. Sommige kinderen met autisme nemen alles letterlijk, en voor hen is dit heel moeilijk. Wanneer je bv. bepaalde plaatsen op jullie domein een andere naam geeft voor het spel, kan dit heel verwarrend zijn voor het kind.  

Creëer een veilige ruimte.  

Geef het kind een klein plekje op jouw terrein om naartoe te gaan wanneer het te veel wordt voor hem/haar. Dit kan een rustig plekje in jullie gebouw zijn of op het toilet met de deur op slot. Daar kan het kind op zijn tempo recupereren van de overprikkeling. Je kan werken met een kaartjessysteem, laat het kind een kaartje afgeven om jullie te laten weten dat hij/zij even rust nodig heeft.  

 

Maak dingen visueel.  

Geef de uitleg aan de hand van pictogrammen. Als er te veel prikkels zijn of het kind heeft de concentratie niet om te luisteren naar de uitleg, kunnen ze terugvallen op de picto’s die je vast hebt tijdens het uitleggen van het spel.  

Leer het kind beter kennen.  

Kinderen met autisme stellen nooit hetzelfde gedrag. Sommige kinderen kunnen wel in groep werken, anderen hebben het daar net heel er moeilijk mee. Luister naar het kind & de ouders en bekijk welke hulp of aanpassingen men nodig heeft. 

Bied structuur aan. 

Hang een planning op van de namiddag of dag. Wanneer spelen we in tak of zullen we een koek eten? Iedereen voelt zich veiliger met een houvast of wanneer je weet wat van jou verwacht wordt. Geef een activiteit consequent vorm en pas steeds dezelfde regels toe. Rust verzekerd!