Open navigation menu

Opinie - Adminstratieve rompslomp werkt demotiverend

De laatste Septemberverklaring van onze Vlaamse regering stond onder meer in het teken van onze jongsten. Er wordt eindelijk fors geïnvesteerd in kinderopvang en er werd ook een broodnodige financiële boost van 10 miljoen euro aangekondigd voor het Vlaamse jeugdwerk. Dat stemt me als jeugdwerker hoopvol! De druk die we leggen op de schouders van onze lokale vrijwilligers - het fundament van ons jeugdwerk – stemt me helaas minder hoopvol.

Die druk moeten we aanpakken als we ons onevenaarbaar sterk jeugdwerk willen waarborgen. We moeten werk maken van degelijke jeugdinfrastructuur, jeugdwerk eindelijk naar waarde financieren, jeugdhulp versterken zodat jonge leiding die rol niet op zich moet nemen, ruimte creëren voor jongeren … en de nog steeds groeiende regulitis en administratieve rompslomp aanpakken. Al jaren zetten de verschillende overheden in ons land in op administratie-efficiëntie door digitalisatie. Helaas stijgt de complexiteit én de plan- en regeloverlast voor jonge vrijwilligers daardoor net. Van een contradictie gesproken. Waar jongeren vroeger voluit konden focussen op kinderen een leuke tijd bezorgen, de essentie van jeugdwerk, worden ze nu geconfronteerd met zaken die we niet zouden mogen verwachten van hen.

Leiding moet vergunningen aanvragen, voldoen aan gemeentelijke regels voor subsidies, bosaanvragen indienen om simpelweg te kunnen spelen, strenge bankadministratie onderhouden, allerhande verzekeringen afsluiten, huurtenten bijna een jaar op voorhand digitaal aanvragen, in orde zijn met de GDPR-wetgeving, Sabam-aangiftes doen, animatorattesten opvragen, kamplocaties jaren op voorhand boeken en zoveel meer. Zou u het kunnen in uw vrije tijd?

De effecten van deze administratieve overbelasting blijven niet uit. Hoewel het aantal jongeren dat een vrijwillig engagement opneemt nog steeds groeit, merken we een kentering in het soort engagement. De rollen waar verantwoordelijkheid en dus een heleboel administratieve taken bij komen kijken, zijn steeds minder in trek. Het zijn wel die vrijwilligers die enorm belangrijk zijn. Het is hun engagement dat ervoor zorgt dat het eigenaarschap van ons jeugdwerk bij de jongeren zelf ligt en niet bij professionelen.

Voor het nieuwste element in die administratie belanden we terug bij kinderopvang. Gezinnen die gebruikmaken van kinderopvang komen in aanmerking voor een belastingvermindering. Het is de opvangdienst die daarvoor een attest uitdeelt, in ons geval de lokale jeugdbeweging. Een goeie zet om belastingaangiftes te vereenvoudigen, maar de aard van onze jeugdwerksector werd niet in rekening gebracht.

Ik haal er slechts een aantal zaken bij: kinderopvangorganisaties moeten de gegevens sinds kort elektronisch overmaken aan de FOD Financiën. Dat gebeurt via Belcotax-on-web, een complexe procedure, zeker voor feitelijke verenigingen en kleine vzw’s. Men moet nieuwe data bijhouden, bijvoorbeeld het rijksregisternummer van de persoon die betaalde voor het kamp. En dat is niet altijd de ouder. Vervolgens kan men enkel in februari van het daaropvolgende jaar de gegevens indienen. Maar welke leidingsgroep is een jaar na datum nog bezig met de nazorg van een kamp dat het jaar ervoor plaatsvond?

Dat jongeren in ons Belgisch jeugdwerk zelf de projecten en organisaties runnen, maakt het zo ongelooflijk sterk en uniek. We moeten dat als samenleving koesteren. Een engagement is zoveel als een verplichting waar je zelf voor kiest. Wij vragen dus terug ruimte voor dat engagement. Pas wetgeving aan zodat ze op maat is van jeugdverenigingen. Voorzie ook uitzonderingen die de realiteit van jeugdverenigingen in België respecteren. Te vaak wordt dit niet gedaan. Het is onze gezamenlijke plicht ervoor te zorgen dat lokale vrijwilligers met het meest essentiële kunnen bezig zijn: een plezierige vrijetijd aanbieden aan al onze kinderen.

Jan Verbeure,
Federaal Verantwoordelijke

Ben je geholpen met deze informatie?