Het is aan jou en je mede-leid(st)ers om al het mogelijke te doen om een (zwaar) ongeluk te voorkomen. Als je op een correcte en doordachte manier je verantwoordelijkheid als (eenheid)leid(st)er opneemt kan je niet ‘persoonlijk aansprakelijk’ worden gesteld voor eventuele ongevallen. Dit wordt het ‘goede huisvader’-principe genoemd. Als je dus een activiteit organiseert dien je dit zo veilig mogelijk te doen, net zoals een goede huisvader…

Voor elke activiteit let je hiervoor op twee zaken. Je zorgt bij het organiseren van activiteiten ervoor dat je zoveel mogelijk gevaren probeert te voorzien en uit te sluiten. Tijdens de voorbereiding denk je dus na over de concrete voorzorgen die je dient te nemen. Dit noemen we de organisatieplicht. Organiseer elke activiteit zo, dat je alle mogelijke risico’s zoveel mogelijk uitsluit en zorg dat je dit op papier kunt bewijzen (neergeschreven kampvoorbereiding, uitgewerkte spelfiches, verslagen eenheidsraad, ...) voor mocht er iets fout lopen.
Daarnaast bestaat ook zoiets als de toezichtsplicht. Als leid(st)er moet je altijd voldoende toezicht houden op de leden. Je kijkt erop toe dat leden zichzelf niet in gevaar brengen. Maar ook dat ze anderen niet in gevaar brengen. Indien dit gebeurt, ben je verplicht om in te grijpen.

Anders gezegd: je gedraagt je zoals een goede huisvader of -moeder voor zijn/haar gezin zou zorgen. Ga je bijvoorbeeld op tocht neem dan fluohesjes mee, vermijd drukke wegen, zorg voor minstens een leid(st)er vooraan en achteraan, geef de nodige instructies aan je leden,…

 

Niet gevonden wat je zoekt?